Archive for januari, 2011

De twitterrevolutie in Egypte

Mijn nieuwste stukje op de opiniesite van de Volkskrant gaat over de rol van internet en sociale media bij de volkskopstand in Egypte. Belangrijke bron van informatie is Digiactive, een site waarin keurig wordt bijgehouden wat de belangrijkste ontwikkeling zijn in de dynamische wereld van het digitale activisme.

Een commentator onder het verhaal in de Volkskrant wees me terecht terecht. Ik maak nergens de nuance dat zo’n digitale opstand niet gegarandeerd tot een succes leidt. Integendeel, maar al te vaak komt het natuurlijk voor dat het gewoon bloedig wordt neergeslagen. Zie de gebeurtenissen van Iran, 2009. Had natuurlijk in het stuk zelf moeten staan…


Losse webredactie kan wel degelijk goed uitpakken

Ik ben nog niet uitgeschreven over de stap van de Persgroep om de webredacties van haar verschillende titels samen te voegen. De kritiek die ik op dit besluit heb (hier, bij de Nieuwe Reporter en op de site van de Volkskrant zelf) heeft vooral betrekking op het feit dat de centrale redactie vier verschillende titels moet bedienen. Maar op zich is het ook interessant om eens te bekijken welke voordelen het heeft dat een nieuwssite volledig wordt losgekoppeld van de papieren krant.

In 2007 richtten we bij de Volkskrant een centrale newsroom op. Daar zouden alle nieuwsstromen bij elkaar komen en werden de knoppen bediend om de verschillende kanalen te vullen (papier, internet, mobiel, video). We zetten die stap omdat we optimaal gebruik wilden maken van de journalistieke expertise van de Volkskrantredactie. We wilden af van een internetredactie die veel dubbel werk zat te doen en vooral ANP’tjes op de site zette.  De Philips-jaarcijfers worden door de gespecialiseerde economieredacteur gecovered; dan ligt het voor de hand om hem niet alleen voor het papier maar ook voor het web te laten produceren. De internetredacteur zou dan de handen vrij hebben om van het verhaal van de specialist een echte webproductie te maken, met video, audio, infographics, elders geproduceerde content enzovoorts.

We moeten vaststellen dat na een hoopvolle start van die ambitie betrekkelijk weinig terecht is gekomen. De goeden niet te na gesproken, beschouwden te veel redacteuren het schrijven voor het web als een onnodige extra belasting van hun toch al krap bemeten uren; ze weigerden botweg of maakten zich er met een jantje van leiden vanaf. De site kreeg door een grondige restyling en de komst van de newsroom wel een extra stimulans, die zich vertaalde in een enorme groei van de bezoekersaantallen, maar de werkelijke doorbraak mochten we niet beleven. En ook de vernieuwde newsroom had te weinig mankracht om de mooie ambities te kunnen verwezenlijken.

Zou het anders zijn gegaan als we in die jaren een radicaal andere keuze hadden gemaakt? We hadden bijvoorbeeld kunnen kiezen voor een radicale loskoppeling van internetredactie en papieren krant. Dat is feitelijk wat NRC Handelsblad heeft gedaan, en ook het concept waarmee de Oostenrijkse Der Standard al jaren een commercieel zowel als journalistiek succes boekt. Het NRC-experiment moet zich nog bewijzen, maar Der Standard bewijst dat het kan. De belangrijkste voorwaarde daarvoor is echter dat zo’n nieuwe zelfstandige eenheid daadwerkelijk in alle opzichten zijn eigen broek kan ophouden. Ze dient zelf verantwoordelijk te zijn voor de commerciële exploitatie en mag dus haar eigen verdienmodellen ontwikkelen. Ze mag haar eigen journalistieke keuzes maken; je zou er zelfs voor kunnen kiezen om ze onder de hoofdredactionele verantwoordelijkheid van het papieren zusje weg te halen en er een eigen hoofdredacteur neer te zetten. Wil ze gebruik maken van het journalistieke talent dat voor het papieren medium schrijft, dan kan dat, maar wel tegen betaling.

Ik denk dat zo’n model heel goed werken. Het grote voordeel is natuurlijk dat het papier niet als een loden last om het middel van de webredactie hangt. Ze kan volledig los gaan en nieuws en achtergronden op een echte webmanier presenteren. Ze kan haar eigen tradities ontwikkelen, geld opzij zetten om te experimenteren en te innoveren. En vooral: ze wordt niet gehinderd door de tradities van de papieren krant. Ik denk dat er in Nederland nog ruimte is voor zo’n aanpak. De vraag is: wie van de dagbladuitgevers durft die stap nu te zetten?

Reageren uitgeschakeld more...

Centrale webredactie Persgroep is einde van internetambities

Net een stukje getikt voor De Nieuwe Reporter over de opheffing van de afzonderlijke internetredacties van de Persgroep-titels (Volkskrant, Trouw en Parool; het AD had al een onafhankelijke internetredactie). Zal mijn verhaal dat daar te lezen valt, hier niet herhalen; maar wil wel even reageren op een ander stuk dat op DNR staat. Dat is een interviewtje met Hans Deridder, ‘managing editor’ (wat dat ook mag betekenen) van de Persgroep, en Bart Franssen, de nieuwe chef van de centrale webredactie.

De stap van Persgroep is niet zonder precedent. De Belgische titels werken al op die manier, en, zeggen Deridder en Franssen, zijn in korte tijd marktleider geworden van de Belgische online-nieuwsmarkt. In het land der blinden is eenoog koning, zou ik bijna zeggen. In België bestaan namelijk geen oppermachtige nieuwssites als bij ons nos.nl en nu.nl; de kranten opereren daar in een wereld waarin de concurrentie om het online nieuws veel minder hard is dan in Nederland. En in Oostenrijk heeft Der Standard, een van de toonaangevende kranten, ook gekozen voor een volledig autonoom opererende online newsroom. Het verschil is natuurlijk wel dat die slechts één titel bedient en het zich dus kan permitteren om duidelijke keuzes te maken.

Wat me opvalt is de totaal andere denkwereld die beide heren lijken te hanteren. Een webredactie moet volledig onafhankelijk zijn en losstaan van zijn titel, zeggen ze; anders zit ze maar onder de duim bij de krantenredactie. Wat een rare redenering! Alsof de centralisatie van de internetredacties daaraan iets zou veranderen. De impliciete aanname van Deridder en Franssen lijkt te zijn dat krantenredacties conservatief zijn en geen benul hebben van internet. Daarin geef ik ze volledig gelijk. Maar het juiste antwoord lijkt me dan niet om de webredacties daar dan maar weg te halen. Want binnen de Persgroep blijft het papier de dominante factor. Wat mij vooral het gevaar lijkt, is dat de nieuwe centrale webredactie een heel gemakkelijk doelwit is voor verdere bezuinigingen. Ze gaat van start met veertig man, maar ik ben benieuwd of dat er over een jaar of wat nog zoveel zijn.

Wat Deridder en Franssen feitelijk zeggen, is dat de Persgroep toestaat dat het papier het wint van het internet. Oud verslaat nieuw. Lijkt me niet echt getuigen van innovatieve kracht en voorbereid zijn op de toekomst.


Volkskrant heeft het pr-gevecht al verloren

Het ergste van de voorgenomen sluiting van het Volkskrantblog vind ik dat het de Volkskrant kennelijk geen lor kan schelen. Anders kan ik nauwelijks verklaren dat de krant er in haar papieren kolommen nog geen woord aan heeft besteed, en de redactie het slechts een klein berichtje waard vond op haar website. De hoofdredactionele mededeling aan de 15 duizend schrijvers en fotografen op het Volkskrantblog blonk ook al niet uit in betrokkenheid.

Dat vind ik niet alleen getuigen van een slecht gevoel voor pr. Vanuit marketingoogpunt heeft de Volkskrant deze strijd al verloren. Erger nog vind ik de minachting voor al die mensen die de afgelopen jaren met hart en ziel gevolg hebben gegeven aan de oproep van de Volkskrant om op het Volkskrantblog te gaan schrijven. Velen van hen deden dat na de nodige twijfels over hun eigen capaciteiten. En lang niet alles wat is gepubliceerd, was even mooi. Maar zelfs de lelijkste composities nog waren het gevolg van een vaak hartroerende inzet en betrokkenheid. En nu gooit de Volkskrant dat zomaar aan de kant.

Begrijp me goed: ik betwist niet het recht van de Volkskrant om ermee op te houden. Natuurlijk kan ze dat. Maar bied de bloggers in ieder geval de tijd en de ruimte om met een goed alternatief te komen. Lever ze de mogelijkheid om hun oude bijdragen in een handig formaat te downloaden, bijvoorbeeld als een gebundelde pdf. En bied ze ook een ‘exporteer’-functie aan, zodat ze hun oude berichten gemakkelijk kunnen overzetten naar bijvoorbeeld WordPress.

De manier waarop het einde van het VKBlog is aangekondigd, staat, ben ik bang, niet op zichzelf. Het past in een geschiedenis, bijna van begin af aan, van achteloosheid en zelfs minachting van het overgrote deel van de redactie. Voor een deel is dat een fout die ik ook mezelf aanreken. De redactie beschouwde het VKBlog als een speeltje van die jongens van online, en had van begin af aan moeite met de argumenten die wij, de jongens van online, aandroegen om het VKBlog salonfähig te maken.

Bij de start van het VKBlog was in wezen de kern van ons idee dat we een antwoord probeerden te formuleren op de uitdagingen die de journalistiek  in steeds grotere mate te wachten stonden. Deze uitdagingen schuilden onder meer in de techniek die aan het veranderen was, en die publicatiemogelijkheden bood aan mensen die tot voor kort hooguit konden hopen op een ingezonden brief in de krant. Publiceren kwam met de komst van het internet binnen bereik van iedereen met een computer en een telefoon. Andere problemen speelden de journalistiek net zo goed parten. Bijvoorbeeld: de krant was vroeger een meneer met aanzien, voor wie je je hoed afnam. Tegenwoordig is de krant een vod, volgeschreven door partijdige middelbare mannen en vrouwen die vooral hun luxeposities proberen te verdedigen. De krant heeft een betrouwbaarheids- en geloofwaardigheidsprobleem.

Gedurende mijn periode als chef van de internetredactie en als hoofd van de online uitgeverij heb ik het altijd als een van mijn belangrijkste taken gezien om de Volkskrant te helpen loodsen tussen de Scylla van het kritiekloos omarmen van alle nieuwe internethypes enerzijds, en de Charybdis van het krampachtig vasthouden aan de oude patronen anderzijds. Ik mocht mij gelukkig prijzen dat ik een geweldig team om me heen had, en een hoofdredactie die er, onder leiding van Pieter Broertjes, ook wel in geloofde en ons in ieder geval alle ruimte liet. Maar veel draagvlak bij de rest van de redactie, veel medestanders voor onze overtuigingen daar hadden we ook niet.

Achteraf gezien zijn de eerste drie jaren van het Volkskrantblog de mooiste geweest. Daarna werd het sappelen en ploeteren om nog wat gedaan te krijgen – om hoognodig onderhoud te plegen, of redactionele ruimte vrij te maken voor moderatie en andere vormen van betrokkenheid. Voor verdere innovatie was geen ruimte; en de commerciële afdeling had al helemaal geen belangstelling. Nogmaals, ik ben daarvoor eindverantwoordelijk geweest. Ik had die belangstelling en betrokkenheid moeten kweken. Als enig excuus kan ik aanvoeren dat het was als trekken aan een dood paard.

Dat dode paard dreigt nu het VKBlog mee de diepte in te sleuren. De redactie leunt achterover, ziet het gebeuren, en haalt de schouders op. Weer een restant van de internet-erfenis opgeruimd. Laten we in godsnaam nu de deuren sluiten, ons concentreren op het volschrijven van het papier, en hopen en bidden dat we ons pensioen nog halen voordat het doek definitief valt.

Jammer is dat. Jammer dat al dat journalistieke talent zo blijft steken in de oude patronen. Het werkt zo zelf het hardst mee aan zijn eigen ondergang.

UPDATE 19:30. Mij bereikt nu (pas) het bericht dat de webredacties van de afzonderlijke titels van de Persgroep (Volkskrant, AD, Trouw, Parool) worden opgeheven en de sites voortaan vanaf een centrale redactie in Rotterdam worden bediend. Voel mee met de collega’s die nu hun werk in Rotterdam moeten doen…

UPDATE 2: Uitgaande van de eerste reacties hieronder wordt dit bericht gelezen als een afrekening met mijn oud-collega’s. Het is niet bedoeld als afrekening. Het is bedoeld als een kijkje in de sfeer op de redactie van de Volkskrant als het gaat om internet.


VKBlog stopt ermee

De mail van Philippe Remarque

De mail van Philippe Remarque waarin hij de opheffing van het vkblog aankondigt

Philippe Remarque, hoofdredacteur van de Volkskrant, heeft de stekker uit het Volkskrantblog getrokken. Jammer, maar begrijpelijk, en ook nauwelijks onverwacht. Het zat eraan te komen. Philippe schrijft: “De reden hiervoor is dat wij het blog helaas niet meer de aandacht en technische ondersteuning kunnen bieden, die het vereist.”

Ik vind dat de bloggers recht hebben op meer uitleg dan de Volkskrant hier geeft. Want aandacht en technische ondersteuning zijn keuzes – en kennelijk kiest de Volkskrant voor een andere koers. Daarom rijst de vraag: wat is er veranderd? Waarom wilde de VK vroeger wel die aandacht en technische ondersteuning geven, en nu niet meer? Ik heb wel zo mijn vermoedens, maar het zou netjes zijn als Remarque iets meer zou uitweiden over de keus om te stoppen met VKBlog.

Ik was in 2005, samen met mijn collega’s van de toenmalige internetredactie aan wie ik leiding mocht geven, initiatiefnemer van het VKBlog. We hadden prachtige intenties en bedoelingen: burgerjournalistiek faciliteren, de interactie tussen redactie en lezers verbeteren, nieuw journalistiek talent opsporen, wellicht zelfs primeurs uit het VKBlog genereren en in de krant kunnen zetten. Het oorspronkelijke stuk waarin we onze plannen uiteenzetten, staat helaas niet meer online, maar hier vind je mijn eerste bericht dat wellicht ook nog een beetje duidelijkheid verschaft.

Al heel snel werd duidelijk dat die idealen veel te hoog gegrepen waren. Zeker, er kwamen prachtige dingen langs op het VKBlog, maar zelfs het mooiste voldeed zelden of nooit aan de journalistieke criteria die we bij de Volkskrant plachten – en plegen, naar ik aanneem – te hanteren. Omdat er naast het vele moois ook, onvermijdelijk, de nodige bagger op het blog belandde, werd de verhouding tussen veel collega-redacteuren en VK-bloggers al snel wat moeizaam. Bijna van begin af aan moesten wij van de internetredactie, en later van de Online Uitgeverij, opboksen tegen wantrouwen en onwil om mee te denken over dit experiment – het is alleen dankzij de jarenlange steun geweest van de hoofdredactie dat we überhaupt nog tijd konden vrijmaken om het VKBlog te onderhouden en te modereren. Al werd dat steeds minder, en moesten we steeds vaker in onze vrije tijd eraan doorwerken.

Ik wist sinds een maand of wat van het voornemen om te stoppen. Sindsdien heb ik nagedacht of ik nog een rol zou kunnen vervullen. Dat vind ik een lastige afweging, waar ik nog niet helemaal uit ben. Ik voel loyaliteit naar de bloggers toe, maar aan de andere kant: ik ben echt weg bij de krant en druk bezig met het opbouwen van een nieuw bestaan als kleine zelfstandige. Mij nu weer intensief gaan bezighouden met het blog, voelt als een teruggang in de tijd, en daarvan ben ik niet zo’n liefhebber. Maar goed, ik ben er duidelijk nog niet helemaal uit….

Ik heb eigenlijk twee grote zorgen:

  • Hoe gaat de Volkskrant het gat vullen dat het opheffen van het VKBlog achterlaat? Hoewel het ideaal van de burgerjournalistiek al lang geleden verloren is gegaan, blijft voor mij wel als een paal boven water staan dat de moderne journalistiek niet zonder user generated content kan. Journalistiek kan het zich niet permitteren nog langer eenrichtingsverkeer te zijn. Lezers, luisteraars en kijkers zijn lang niet alleen meer lezers, luisteraars en kijkers; ze maken en publiceren zelf ook content. VK moet zich daarbij blijven aansluiten.
  • De Volkskrant dient ook een faciliteit te bieden voor het fatsoenlijk archiveren dan wel overzetten van het kwart miljoen berichten dat in de afgelopen vijf jaar is geplaatst. Mét reacties, afbeeldingen en de hele rimram erbij. Een nette afsluiting is de krant verplicht aan zijn stand en aan de bloggers. Remarque geeft in zijn mail aan dat hij ‘mogelijkheden onderzoekt om blogs te kunnen bewaren’. Laten we hopen dat dat onderzoek tot een positief resultaat leidt.

Dit is niet het moment om een uitgebreide analyse te maken van de teloorgang van het VKBlog, of een complete geschiedenis te schrijven. Dat komt misschien later nog wel. Maar deze initiële gedachten moest ik even kwijt.


Journalisten zijn zuur en conservatief

Oei, gedurfde uitspraak, voor een vent die zichzelf nog steeds beschouwt als een (halve) journalist. Ik vind mezelf (natuurlijk) niet zuur en conservatief. Maar het gaat mij om al die voormalige collega’s die lopen af te geven op de nieuwe media. Telegraaf bijvoorbeeld, die de gevaren van nieuwe media ‘enorm’ noemt, of NYT, die niet tegen de cultuur van anonimiteit op het internet kan, of een uitgever die beweert dat Julian Assange de macht te stevig aanvalt.

Columnpje over geschreven in de Volkskrant, mede schatplichtig aan Maarten Reijnders die in Bright een commentaartje over hetzelfde fenomeen schreef. Collega’s, wordt wakker! Het internet gaat nooit meer weg – je kunt je maar beter aanpassen, of anders een compleet ander beroep kiezen. Azijnpisser misschien iets voor je?


De uitgevers leren het nooit

Een berichtje in de Wall Street Journal leert ons dat Apple en Google verwikkeld zijn in een hevige strijd om de gunst van de uitgevers. Het gaat erom wie de meeste publicaties in zijn online winkels (appstores) te koop kan aanbieden. De regelmatige lezer van mijn stukken weet dat ik geen fan ben van Apple – niet omdat de producten niet zouden deugen, maar omdat ik in het bedrijf uit Cupertino een van de grotere bedreigingen van het vrije internet zie.

Maar Google gaat nu ver om de uitgevers tegemoet te komen, anders dan Apple dat een bewonderenswaardige terughoudendheid aan de dag legt. Het gaat niet alleen om de centen. Volgens het stuk in de WSJ neemt Google genoegen met minder dan de 30 procent van de omzet die Apple in de regel vraagt aan de uitgevers. Dat is natuurlijk prima – de vrije markt op zijn best. Maar in de verdienmodellen van de uitgevers worden de neveninkomsten steeds belangrijker. Dat wil zeggen: het gaat ze niet alleen om de directe inkomsten die zijn te behalen door een abonnement te verkopen, maar ook om de gegevens die de klant tijdens zijn transactie met de uitgever over zichzelf nalaat. Het is commercieel relevante informatie dat onder de abonnees 35-jarige jonge moeders oververtegenwoordigd zijn.

Apple stelt zich tot nog toe terughoudend op en wil die informatie niet delen met de uitgevers. Apple kiest voor het opt-in systeem: je geeft je informatie niet vrij, tenzij je er apart toestemming voor geeft. De uitgevers vragen om het opt-out systeem: informatie wordt standaard vrijgegeven, tenzij je de toestemming expliciet onthoudt. En Google lijkt daarmee nu te willen instemmen. Jammer!

Ondertussen lijkt het erop dat de uitgevers nog niet willen begrijpen dat de tijden veranderd zijn. Consumenten vragen om transparantie en hebben er doorgaans een hekel aan te moeten ontdekken dat uitgevers langs slinkse wegen hun privé-gegevens voor andere doeleinden aanwenden. De uitgevers bedrijven oud marketingbeleid. Dom.

Reageren uitgeschakeld more...

  • Welkom bij Raker

    Raker is de internetonderneming van Geert-Jan Bogaerts. Ik ben journalist, blogger, columnist, docent aan de Universiteit van Groningen, webontwikkelaar. Ik geef advies, training en workshops over het gebruik van nieuwe media, ontwikkel zelf websites, en schrijf columns en blogs.

    Voor meer achtergrondinformatie kunt u de brochure bekijken. Daarin vindt u uitgebreide informatie over Raker, mijn visie en mijn werkwijze.

    Twitter Volg me op Twitter
    LinkedIn Bekijk mijn LinkedIn profiel

  • Zend Certified

    Zend Certified EngineerLos van mijn journalistieke en inhoudelijke achtergrond, heb ik als Zend Certified Engineer ook een technische insteek. Ik weet niet alleen wát er werkt op internet, ik weet ook hóe het werkt.

    Ik houd sinds kort ook een technisch weblog bij, over PHP, JQuery, het Zend Framework en alle andere zaken waar ik in mijn programmeerwerk tegenaan loop.

  • Getweept

  • © 2005-2012 Raker. Ingeschreven bij KvK 32167734. BTW-nr NL163952620B01
    iDream theme by Templates Next, aangepast door Raker. | WordPress