Archive for februari, 2010

Symbolisch afscheid langs journalistieke hoogtepunten

Gisteren mijn fiets van Amsterdam naar huis, naar Amersfoort, gebracht. Was al lang van plan die trip fietsend af te leggen – een hele opgaaf voor iemand wiens sport hardlopen is en wiens fietsverplaatsingen in de regel niet langer dan tien minuten duren.

Ik wachtte op mooi weer, maar dat kwam niet; en omdat ik geen zin had een nieuw abonnement op de fietsenstalling te moeten nemen, moest het er gisteren maar van komen.

Het viel niet mee, het was nat en koud, maar het was een mooi en symbolisch afscheid van mijn Amsterdamse jaren.

Wat me opviel onderweg: langs hoeveel plekken de route A’dam-Amersfoort leidt die in de afgelopen jaren in journalistiek opzicht van zich hebben doen spreken. Vanaf het Centraal Station kom je eerst langs het Oosterpark, de plek van de moord op Theo van Gogh.

Twintig kilometer verderop heb je in Hilversum aan je rechterhand het Mediapark, waar Pim Fortuyn aan zijn einde kwam; een paar honderd meter later  passeer je het Texacostation waar diens moordenaar, Volkert van der G., werd gearresteerd. Nog een kilometer of tien verder: paleis Soestdijk, met zijn Baarnse en Soester vleugels, toneel van paleisintriges en hofnarren. In Soest zelf kom je langs het advocatenkantoor van Bob van der Goen, een naam die minder verbreid is natuurlijk maar die mij doet denken aan mijn beginjaren in de journalistiek toen ik op de economieredactie werkte.

Reageren uitgeschakeld more...

The long tail in de popmuziek

Gijsbert Kamer, ex-collega en popjournalist van de Volkskrant, heeft de long tail ontdekt. Alleen noemt hij het niet zo. In een recente blogpost signaleert hij ‘het failliet van de mainstream popcultuur’. Er zijn geen nieuwe groepen of solo-artiesten meer die in hun eentje een heel stadion vol kunnen krijgen; de tijd van de mega-successen is voorbij. Geen nieuwe Michael Jacksons, Madonna’s, U2′s of Simple Minds meer; de meest succesvolle groepen die het afgelopen decennium bij een groot publiek zijn doorgebroken (Muse en Coldplay) zijn op de vingers van een hand te tellen en kunnen niet tippen aan het succes van weleer.

Dat is helemaal geen bijzonder fenomeen van de popmuziek, maar doet zich ook op andere culturele fronten voor. Massacultuur is niet zo massaal meer; in zijn plaats is versnippering van de aandacht gekomen. Mooi toch, zou je zeggen, omdat in de long tail van de popmuziek plaats is voor iedereen. Elke bijzondere interesse kan bevredigd worden, want er is altijd wel een artiest of groepje dat zijn creatieve uitingen in jouw niche uitstort.

Kamer citeert met instemming acteur Douglas Coupland, die vaststelt dat internet als massamedium de versnippering in de hand werkt. Er is geen discours meer, of nu in de politiek of de kunst is, dat in staat is een groot massapubliek aan zich te binden. Het risico van die ontwikkeling is natuurlijk dat er ook geen gemeenschappelijke conversatie meer plaatsvindt. Als ieder in zijn eigen hoekje zit en zijn blikveld beperkt tot zijn onmiddellijke omgeving, hoe ontdek je dan de grensoverschrijdende nieuwe fenomenen?

Zoals zo vaak is de techniek van internet hier niet alleen een probleem, maar meteen ook de oplossing. Want anders dan vroeger zijn het niet meer de distributeurs en kapitaalkrachtige uitgevers die met hun marketingbudgetten bepalen wat een hit wordt en wat niet; het zijn de creatievelingen zelf, die met niet veel meer dan heel veel kwaliteit en een slimme inzet van nieuwe media het volgende grote kassucces kunnen bouwen.

De markt raakt versnipperd, natuurlijk, maar feitelijk is dat een terugkeer naar de tijden van vroeger, vóór de massacultuur. Toen waren artiesten ook slechts in kleine kring bekend, in hun eigen regio, of bij een kleine elite. Het verschil is natuurlijk dat er in deze tijd voor echte kwaliteit geen culturele of regionale grenzen bestaan, dankzij internet.

Het uitblijven van de megahits zegt naar mijn idee meer over het onvermogen van (pop-)artiesten om nieuwe media op een slimme manier in te zetten, dan over hun artistieke kwaliteiten.

Reageren uitgeschakeld more...

TYPO3 en andere CMS’en

Zojuist een vraag gekregen van een klant die wilde weten wat ik vond van TYPO3, een open source  Content Management Systeem voor het web. Vanuit het perspectief van de klant kan ik me die vraag levendig voorstellen. De redenering ligt voor de hand: ik heb een nieuwe website nodig, ik wil zelf gemakkelijk de inhoud en de vormgeving kunnen aanpassen, ik ben vast niet de eerste met die vraag, dus kunnen we niet iets inzetten wat al eerder is gebouwd?

Er is een complete industrie ontwikkeld op deze behoefte. TYPO3 staat bekend als een gecompliceerd maar zeer compleet systeem, maar er zijn er (veel) meer. De bekendste drie zijn ongetwijfeld Drupal, Joomla en WordPress.

Toch adviseer ik meestal om er geen gebruik van te maken. De enkele uitzondering: als een klant echt helemaal niks bijzonders wil en simpelweg een kant-en-klaar systeem wil inzetten. Maar mijn ervaring is dat dit zelden of nooit het geval wil. Bedrijf A wil een systeempje om automatisch pdf’s te genereren. Zorginstelling B wil een interactieve kaart op zijn site met alle locaties van zijn aangesloten dochters, inclusief de faciliteiten die ze er bieden. Gemeente C wil nieuws op zijn site kunnen presenteren dat binnenloopt op basis van een RSS-feed, maar wil dat nieuws wel kunnen filteren.

Op het moment dat die vraag binnenkomt, weet je het eigenlijk al: het gaat bijna net zoveel tijd kosten om de benodigde hacks te plaatsen in WordPress of Drupal, dan het kost om een nieuw CMS van de grond af op te bouwen. En het grote voordeel van het laatste is dat je een volledig op maat gemaakte applicatie kunt aanbieden.

Dit alles neemt niet weg dat een beetje ervaren ontwikkelaar natuurlijk niet opnieuw het wiel gaat uitvinden. Als hij een bibliotheekje heeft ontwikkeld waarmee formulieren kunnen worden gevalideerd, zal hij dat elders proberen in te zetten; en een RSS-lezer ontwikkel je in de regel ook maar een keer.

De toekomst is volgens mij niet aan de Drupals van deze wereld, maar aan de systeembouwers. Deze developers gebruiken standaard-bibliotheken met componenten die ze als legoblokjes aan elkaar kunnen passen. Zoals je met lego in een sneltreinvaart een prachtig bouwwerk kunt optrekken, zo kun je bijvoorbeeld het Zend Framework gebruiken om in korte tijd een robuuste site, compleet op maat van de vraag van de klant, op te bouwen.

Reageren uitgeschakeld more...

Nieuwe site is live

Als kersvers ondernemer moet ik mijn diensten goed op een rijtje zetten. Niet alleen in mijn hoofd, maar ook voor mijn potentiële klanten. Vandaar deze hoognodige restyling van raker.nl.

 

Het rare is, ik ben nog maar net begonnen maar zit nu al zo’n beetje volgeboekt tot juli. Ook zonder site kun je kennelijk aan klanten komen. Ik weet niet precies wat dat nu zegt over mijn business

1 Comment more...

Blokker passé

Er is een tijd geweest dat Jan Blokker mijn journalistieke held was. De jaren tachtig, daar praten we over; dan zat ik met mijn vriendin in onze oude Fiat en lazen we elkaar zijn zaterdagse column uit de Volkskrant voor. Diezelfde krant overigens die, toen nog wel, op zaterdag ruimschoots over de 100 pagina’s telde. Op goede dagen waren dat er 128 – het is dat de drukkerij er niet meer aankon, want anders had de krant nog gemakkelijk tien of twintig pagina’s dikker kunnen zijn.

Afgelopen zaterdag telde de krant er 58. Een geflatteerd cijfer ook nog, vanwege de veelheid aan advertenties voor de eigen producten.
Die realiteit is langs Blokker heengegaan, als ik op zijn nieuwe boek ‘Nederlandse journalisten houden niet van journalistiek’ afga. Het is weinig minder dan een gotspe dat de nestor van de vaderlandse columnistiek, die eerder bekend staat om zijn scherpe meningen dan om zijn heilig ontzag voor de feiten, Nederlandse journalisten verwijt dat ze liever een ‘columpje’ tikken dan achter nieuws aan te jagen dat nog niemand kent.
Blokker verwijt Pieter Broertjes, hoofdredacteur van de Volkskrant, dat hij veel te modieus aan het moderniseren is geslagen door zwaar in te zetten op de multimedialiteit van zijn krant. Hij had beter kunnen investeren in de kwaliteit van zijn journalisten, denkt Blokker.
Ik gun Blokker zijn kleinheid jegens Broertjes (de twee hebben een vete sinds de oude columnist een paar jaar geleden met ruzie de Volkskrant verliet). Maar wat ik veel lastiger te verdragen vindt is dat Blokker, die als hij wil scherpe analyses kan maken, totaal voorbijgaat aan de nieuwe maatschappelijke realiteit van de journalistiek.
Die realiteit is: economisch gaat het rampzalig. De concurrentie is gruwelijk veel groter geworden – van gratis kranten en, wel degelijk, van de nieuwe media. Het traditionele publiek schrijft tegenwoordig liever zelf een stukkie dan dat ze werk van een ander lezen. In die omgeving moet de journalist zijn werk doen. Ik durf de stelling aan dat de hedendaagse journalist veel professioneler zijn werk doet dan de collega van dertig jaar geleden, toen Blokker zelf nog (kortstondig als adjunct-hoofdredacteur van de Volkskrant) aan het roer stond.

Afgelopen zaterdag telde de krant er 58. Een geflatteerd cijfer ook nog, vanwege de veelheid aan advertenties voor de eigen producten.

Die realiteit is langs Blokker heengegaan, als ik op zijn nieuwe boek ‘Nederlandse journalisten houden niet van journalistiek’ afga. Het is weinig minder dan een gotspe dat de nestor van de vaderlandse columnistiek, die eerder bekend staat om zijn scherpe meningen dan om zijn heilig ontzag voor de feiten, Nederlandse journalisten verwijt dat ze liever een ‘columpje’ tikken dan achter nieuws aan te jagen dat nog niemand kent.

Blokker verwijt Pieter Broertjes, hoofdredacteur van de Volkskrant, dat hij veel te modieus aan het moderniseren is geslagen door zwaar in te zetten op de multimedialiteit van zijn krant. Hij had beter kunnen investeren in de kwaliteit van zijn journalisten, denkt Blokker.

Ik gun Blokker zijn kleinheid jegens Broertjes (de twee hebben een vete sinds de oude columnist een paar jaar geleden met ruzie de Volkskrant verliet). Maar wat ik veel lastiger te verdragen vindt is dat Blokker, die als hij wil scherpe analyses kan maken, totaal voorbijgaat aan de nieuwe maatschappelijke realiteit van de journalistiek.

Die realiteit is: economisch gaat het rampzalig. De concurrentie is gruwelijk veel groter geworden – van gratis kranten en, wel degelijk, van de nieuwe media. Het traditionele publiek schrijft tegenwoordig liever zelf een stukkie dan dat ze werk van een ander lezen. In die omgeving moet de journalist zijn werk doen. Ik durf de stelling aan dat de hedendaagse journalist veel professioneler zijn werk doet dan de collega van dertig jaar geleden, toen Blokker zelf nog (kortstondig als adjunct-hoofdredacteur van de Volkskrant) aan het roer stond.


  • Welkom bij Raker

    Raker is de internetonderneming van Geert-Jan Bogaerts. Ik ben journalist, blogger, columnist, docent aan de Universiteit van Groningen, webontwikkelaar. Ik geef advies, training en workshops over het gebruik van nieuwe media, ontwikkel zelf websites, en schrijf columns en blogs.

    Voor meer achtergrondinformatie kunt u de brochure bekijken. Daarin vindt u uitgebreide informatie over Raker, mijn visie en mijn werkwijze.

    Twitter Volg me op Twitter
    LinkedIn Bekijk mijn LinkedIn profiel

  • Zend Certified

    Zend Certified EngineerLos van mijn journalistieke en inhoudelijke achtergrond, heb ik als Zend Certified Engineer ook een technische insteek. Ik weet niet alleen wát er werkt op internet, ik weet ook hóe het werkt.

    Ik houd sinds kort ook een technisch weblog bij, over PHP, JQuery, het Zend Framework en alle andere zaken waar ik in mijn programmeerwerk tegenaan loop.

  • Getweept

  • © 2005-2012 Raker. Ingeschreven bij KvK 32167734. BTW-nr NL163952620B01
    iDream theme by Templates Next, aangepast door Raker. | WordPress