Archive for juni, 2006

Op zoek naar symbiose

Een politieke crisis in Den Haag, de vondst van twee dode meisjes in Luik, of een nieuwe Israëlische actie in de Gazastrook zijn nieuws. Geen twijfel mogelijk. Er bestaat een grote consensus bij journalistiek en publiek dat over deze gebeurtenissen uitgebreid bericht dient te worden.

Maar het vreemde voor een zo servicegericht beroep als de journalistiek is wel dat de consensus daar ongeveer ophoudt. De meeste journalisten zien het als hun taak het publiek voor te lichten op de wijze die het hun goeddunkt. Zij gaan daarbij af op hun professionele ervaring en inschattingsvermogen, en hebben zelden oog voor de feedback die ze terugkrijgen van hun publiek.

Sterker nog, veel vakbroeders stellen helemaal geen prijs op die feedback en vinden dat vooral erg lastig. In deze tijd van toegenomen communicatiemogelijkheden gaat dat steeds meer wringen. Het publiek wil kunnen meepraten over het nieuws en de boodschappers kunnen aanvullen of corrigeren.

Een voorbeeld: Ruud Zweistra schrijft op het Volkskrantblog: ‘Waarom werkt de Volkskrant-redactie mee aan de verspreiding van valse propaganda ten nadele van het Palestijnse volk door het benoemen van een geval van krijgsgevangenschap als “ontvoering”?’ Hij krijgt steun van een blogger die schrijft onder de naam ‘Voordaan’: ‘Als Palestijnen schieten, heet het terreur, en bij schietende Israëliërs is slechts sprake van je verdedigen tegen terroristen.’

Wat je hier verder ook inhoudelijk van denkt, dit is een interessante toevoeging aan de discussie, die wordt ingebracht door ons lezerspubliek. Het vormt een verrijking van de oorspronkelijke berichtgeving. In die zin is het een vorm van burgerjournalistiek.
Dat woord roept bij veel collega’s scepsis op. In Trouw beklaagde journalist Joost van Velzen zich onlangs dat in Nederland eigenlijk geen burgerjournalistiek bestaat, en dat de schaarse pogingen daartoe (waaronder het Volkskrantblog) tot mislukken zijn gedoemd.

Hij is in zijn mening bevestigd nu een oproep die hij deed aan zijn lezers om voorbeelden van succesvolle burgerjournalistiek te noemen, slechts zeven reacties opleverde.
Het is een wat flauwe poging, vind ik, om daarmee het begrip burgerjournalistiek als geheel af te serveren. Want waarom gaat het eigenlijk: de erkenning dat het brengen van het nieuws niet langer eenrichtingsverkeer is van de journalist naar de lezer, maar dat de lezer wil terugpraten, zijn mening wil geven, en om het uitgangspunt dat er een interessanter journalistiek verhaal kan ontstaan als de lezer daartoe ook de mogelijkheden heeft. ‘Nieuws is een gesprek’, zo parafraseerde de Amerikaanse publicist Steve Outing deze week een al enige jaren op internet circulerend motto.

De taak van de professionele journalistiek verandert niet, is mijn vaste overtuiging: er blijft altijd behoefte bestaan aan mensen wier vak het is om nieuws te filteren en te selecteren, te duiden en uit te leggen, te verzamelen en te presenteren. Maar duizenden ‘burgerjournalisten’ vinden het leuk om hun eigen mening te geven over allerhande nieuwsfeiten, of zelfs het nieuws uit hun eigen omgeving te presenteren als waren zij professionals – dan is het wel buitengewoon hooghartig van de gevestigde media om al die meningen en nieuwsfeitjes af te doen als niet bijster origineel of irrelevant.

Volgens mij ligt de grote uitdaging voor de traditionele media in het samenbrengen van de twee soorten journalistiek: de ene traditioneel, professioneel, ambachtelijk, objectief maar ook afstandelijk en soms kil; de ander meestal amateuristisch, subjectief, maar altijd betrokken en kritisch. Als die twee vormen van journalistiek bij elkaar komen, kan een mooie symbiose ontstaan. De traditionele media moeten de mogelijkheid scheppen voor die symbiose, de infrastructuur inrichten. Dat is een basisvoorwaarde; pas als daaraan wordt voldaan, kun je verder nadenken over de vraag hoe je als krant of omroep de inzet en de participatie van je eigen lezers en kijkers verder kunt benutten.

Reageren uitgeschakeld more...

De gouden eeuw van internet

John Dvorak, columnist van het Amerikaanse computermagazine PCMag.com, denkt dat de ‘gouden eeuw’ van internet voorbij is. Het internet gaat ten onder aan porno en spam. Bezorgde regeringen gaan voor ons uitmaken welke sites we wel en niet mogen bezoeken; bedrijven blokkeren hele sectoren van het internet om zo hun personeel het bezoeken van nazi- en porno-sites te verbieden.

Volgens Dvorak zal een combinatie van ‘maatregelen van regeringen, providers en bedrijven het web uiteindelijk tot een beperkt toegankelijk netwerk maken, waarin veel van de nu nog beschikbare inhoud niet meer te vinden zal zijn.’

De Amerikaanse regering en veel Amerikaanse bedrijven huren derde partijen in om zwarte lijsten van verboden sites op te stellen, en oefenen vervolgens nauwelijks meer controle uit op de inhoud van die lijsten, zegt Dvorak. Het resultaat is dat ook controversiële onderwerpen als de antiterreurwetgeving of de evolutietheorie tot verboden terrein zijn verklaard.

Slechts een paar uitverkorenen, voorspelt Dvorak, zullen uiteindelijk onbeperkt toegang hebben tot het hele web.

Dvorak stelt een paar onrustbarende ontwikkelingen aan de kaak, maar gaat naar mijn idee compleet voorbij aan het zelfherstellend vermogen van het web. De gigantische open-source beweging, de verzameling van ontwikkelaars die gratis software ontwikkelt en verspreidt, de wijdverbreide sociale netwerken die ontstaan, waarborgen dat er op het net altijd vrijplaatsen blijven bestaan, die nauwelijks of niet door wetgeving of commerciële belangen in een bepaalde richting zijn te duwen. Het net is door zijn laagdrempeligheid in wezen anarchistisch en nauwelijks te reguleren.

Wel ligt het voor de hand dat een tweedeling gaat ontstaan, tussen enerzijds een groep gebruikers die alle krochten heeft verkend en de weg blindelings kan vinden – dat zullen vooral de jongeren zijn, de ‘generatie Einstein‘, zoals dat woensdag in deze krant werd genoemd. Aan de andere kant heb je een wellicht veel grotere groep surfers die zich braaf houden aan de beperkingen, minder avontuurlijk zijn aangelegd, en genoegen nemen met het meest toegankelijke deel van het web.

Voor de nieuwsverspreiding op het web heeft dit naar mijn idee nauwelijks consequenties. Grote nieuwssites zullen hun best moeten blijven doen om alle informatie op een zo toegankelijk mogelijke manier te ontsluiten. Daarbij moeten ze optimaal gebruik maken van het feit dat websurfers op een andere manier informatie tot zich nemen dan krantenlezers. Een krantenbericht lees je lineair, serieel, rationeel: je begint bovenaan, bij de kop, en je leest in principe door tot de afsluiting. Je volgt een logisch betoog van de auteur.

Een websurfer neemt de informatie op een veel meer parallelle, intuïtieve manier tot zich. Hij kijkt, luistert en leest, klikt eens wat, zijn ogen gaan van her naar der. Een verhaal wordt interactief verteld en vereist participatie: je móet klikken als je wat wijzer wilt worden. Informatie die op die manier wordt geconsumeerd, beklijft uiteindelijk misschien wel beter dan het traditioneel vertelde nieuwsverhaal in de krant.

Waar de door Dvorak geschetste ontwikkelingen van veel groter belang voor zijn, is voor de beroepsgroep van journalisten. Voor hen wordt het internet een steeds belangrijkere bron van informatie. Voor hun beroepsuitoefening is het nodig dat zij toegang hebben tot alle mogelijke bronnen op het web, en niet alleen tot de beperkte lijst die de verschillende vormen van censuur heeft gepasseerd.

Het journalistieke ambacht wordt in die zin technischer van aard. De journalist moet voortaan met databases overweg kunnen; en om de interactieve verhalen te kunnen vertellen die op het internet worden gevraagd, moet hij misschien wel kunnen automatiseren, zegt de Amerikaanse programmeur-journalist Adrian Holovaty. O schrikbeeld van veel collega’s; de toekomst is voor de jeugdige journalisten die niet alleen een interview kunnen afnemen, maar ook hun weg kunnen vinden in Javascript, HTML en PHP.

Reageren uitgeschakeld more...

Bezoek op de redactie

Af en toe, heel af en toe, komen er mensen van buiten een kijkje nemen op de redactie van de Volkskrant. En dan is het amusant (voor ons redacteuren in ieder geval) een paar maanden later te vernemen hoe die buitenstaander het bezoek ervaren heeft en tegen de redactie aankijkt.

Zie hier zo’n verslag van deadline.nl.

Reageren uitgeschakeld more...

Fraude en anonimiteit op het Volkskrantblog

Albert van der Vliet signaleert iets en noemt dat fraude. Wat hij fraude noemt, is bij de meeste gebruikers en zeker ook bij de redactie allang bekend. We hebben daar al een aantal malen over geschreven.

Het komt erop neer dat we bij de bouw van het Volkskrantblog een afweging hebben gemaakt tussen gebruiksvriendelijkheid en betrouwbaarheid. Daarbij vonden we het eerste belangrijker. Een waterdicht systeem op internet is bijna niet te maken, en als het wel bestaat, is het nauwelijks te bedienen. We hebben verschillende malen ook zelf aangegeven dat er gemakkelijk is te frauderen; dat je dus vooral niet te veel waarde moet hechten aan die lijstjes, maar dat die slechts een indicatie zijn, in het beste geval, van de populariteit en kwaliteit van verschillende bloggers.

De redactie is zelf ontevreden over die lijstjes; ook de redactie-beveelt-aan-lijst voldoet niet helemaal aan onze standaard. Het liefst zouden we inderdaad dagelijks een lijst maken van beste berichten. Maar geloof het of niet, daartoe ontbreekt het ons aan tijd.

We gaan de zomer gebruiken om het Volkskrantblog, dat dan bijna een jaar bestaat, in zijn geheel te evalueren. In ieder geval gaan we ook de layout, en daarmee waarschijnlijk ook de functionaliteit, veranderen.

Dan: de kwestie van de anonimiteit. Guus Rombouts haalt zijn favoriete vijand van stal en trekt van leer tegen hun gebruik van schuilnamen. Sorry Guus, maar ook daarin brengen we geen verandering aan. Het blijft mogelijk om anoniem te bloggen; maar mogelijk zullen we het de bloggers wel mogelijk maken om op voorhand alleen reacties toe te staan van medebloggers. Ik zou het wel jammer vinden als daarvan op grote schaal gebruik zou worden gemaakt. Mijn persoonlijke mening is dat, wie zich begeeft op internet, een publiek podium betreedt. Wie op een zeepkist gaat staan, kan met eieren worden bekogeld. Als je daar niet tegen kunt, moet je vooral in de veiligheid van de menigte blijven.

Reageren uitgeschakeld more...

Don’t be evil

Als er één activiteit is die de reputatie van Google heeft geschaad, dan is het wel de investering die het bedrijf in China heeft gedaan. Niet vanwege de investering op zich natuurlijk, maar wel vanwege het compromis dat Google omwille van de toegang tot de markt heeft gesloten met de Chinese autoriteiten.

Deze week waren er voor het eerst signalen dat Google die reputatieschade serieus neemt en zich mogelijk uit China terugtrekt. Google zegt de argumenten voor een meer principiële houding serieus te overwegen. Als je een beetje cynisch bent aangelegd, vermoed je al snel een simpele zakelijke afweging.

Google werd, net zoals de meeste westerse zoekmachines, aanvankelijk door de Chinese autoriteiten geweerd. De Chinese overheid vindt het problematisch dat zij geen volledige controle heeft op het internetgedrag van haar burgers. Een zoekmachine als Google ontsluit namelijk een hele wereld aan ondermijnende informatie waartegen de Chinezen beschermd moeten worden.

Daarop besloot Google een compromis te sluiten. Door bepaalde zoektermen uit te sluiten (Falun Gong, bijvoorbeeld, en de namen van sommige in ongenade gevallen Chinese leiders) zou Google zijn diensten toch aan de Chinese websurfers mogen aanbieden.

Op de site blog.searchenginewatch.com, mij onder de aandacht gebracht door Volkskrantblogger Christina, staat een nauwgezette reconstructie van de terugtrekkende beweging die Google heeft gemaakt. Het Amerikaanse internetbedrijf rechtvaardigde zijn Chinese avontuur door te verwijzen naar de goede dingen die het in het land zou kunnen doen. Hoe dan ook zou er door de aanwezigheid van Google meer informatie voor de Chinezen beschikbaar komen.

Googles hoofddirecteur Eric Schmidt zei in januari al dat Google een ‘schaal van slechtheid’ introduceerde met zijn gang naar China. Hij verwees daarmee naar het motto van het bedrijf is ‘Don’t be evil’, wees niet slecht. Kennelijk vatte toen al binnen Google de gedachte post dat de Chinese investering niet zo’n goed idee was.
Mede-oprichter Sergey Brin liet eerder deze week weten dat de afwijking van het uitgangspunt ‘Don’t be evil’ wellicht niet zo’n goed idee was geweest. ‘Misschien is een principiële stellingname toch beter’, aldus Brin.

Google maakt zich kennelijk grote zorgen. Concurrent Yahoo ligt volgens Searchenginewatch nog veel meer onder vuur en heeft zelfs te kampen met een boycot van Britse journalisten, omdat Yahoo informatie over zoekopdrachten van Chinese journalisten aan de overheid zou hebben verstrekt. Zo ver wil Google het niet laten komen.

Daarnaast zijn er ook berichten dat Google steeds meer beperkingen krijgt opgelegd. Er komt een moment waarop de winst uit China niet langer opweegt tegen de reputatieschade die het bedrijf leidt. Niet alleen omdat het zaken doet met een dubieus regime, maar ook simpelweg omdat het zijn nut verliest als zoekmachine als de zoekresultaten zwaar vertekend zijn.

Internet maakt de wereld één, wordt vaak gezegd. Uit dit verhaal blijkt opnieuw dat dit maar voor een heel klein deel waar is. Ook op het internet worden uiteindelijk commerciële afwegingen gemaakt, die helemaal niets te maken hebben met vrijheid van informatie-overdracht of andere zulke hooggestemde idealen. Het enige hoopgevende aan dit verhaal is dat Google mogelijk bakzeil moet halen door druk van onderaf; van zijn gebruikers.

Zoals zo vaak op internet, moet het alternatief ‘van onderop’ komen. Microsofts Windows wordt belaagd door Linux, het gratis alternatieve besturingssysteem. Microsoft Office heeft concurrentie in het gratis OpenOffice. Google is weliswaar gratis voor de gebruiker; maar het wordt tijd voor een net zo effectieve, open source-achtige zoekmachine, die zich niet laat leiden door winstdoeleinden, en uitsluitend Google’s motto voor ogen heeft: ‘Don’t be evil.’

Reageren uitgeschakeld more...

Kannibalen op de krant

Op het moment van schrijven (donderdagochtend) zijn we inmiddels bij aflevering 191 van het nieuwe boek Wembley aanbeland. Als u dit leest, zijn we de tweehonderd wel voorbij en staat de hele roman online. Een knappe marketing-actie of een innovatieve internet-toepassing? Een beetje van allebei, vermoed ik.

Richard Osinga, auteur en werkzaam bij multimedialab Oberon, publiceert zijn nieuwe, derde roman ‘Wembley‘ geheel online, in kleine stukjes. Hij begon er maandag mee, en nadat een Volkskrantblogger de draad had opgepikt, kreeg zijn initiatief snel vaart. Iedereen met een eigen website of weblog kan een stukje code kopiëren en daarmee een fragment van Osinga’s boek publiceren. Gisteren pas werd zijn boek officieel gepubliceerd.

De auteur is niet bang dat zijn boek nu niet minder verkocht gaat worden omdat hij de inhoud al gratis via internet weggeeft. ‘Het is geen optimaal lezersgenot om je boek via een website te lezen’, zegt Osinga. ‘Ik hou ervan een boek in mijn hand te houden. De meeste mensen willen dat papier meenemen naar het strand, in bad of in bed.’
Osinga wilde in eerste instantie het hele boek in pdf-formaat online zetten, maar dat zag zijn uitgever Querido niet zitten. Die was bang dat er inkomsten gederfd zouden worden. Maar de nu gekozen werkwijze, in afleveringen, kon wel op de goedkeuring van de uitgever rekenen. ‘Deels uit promotie-overwegingen’, aldus Osinga. ‘Maar ook omdat ik schrijver ben en zoveel mogelijk gelezen wil worden. Als er nu honderd mensen minder mijn boek kopen omdat ze het al op internet hebben gelezen, kan ik daarvan niet wakker liggen.’

Ik denk dat Osinga gelijk heeft. En ik zie een parallel met de nieuwe site die de Volkskrant deze week lanceerde. Gisteren stond een ingezonden brief in de krant van een lezer die ons met Sinterklaas vergeleek. ‘Je zou wel gek zijn om nog betalend abonnee van de gedrukte versie te blijven’.

Marketeers spreken van het gevaar van kannibalisme: dat je door iets, een boek of een krant, gratis weg te geven, je verkoopcijfers drukt en dus omzet aan het derven bent.
Die angst is wat ons betreft onterecht. Op de eerste plaats omdat de gedrukte krant een heel ander product is dan onze website. De lezer die denkt dat hij de krant niet meer hoeft te kopen, gaat veel missen. De papieren krant blijft wat mij betreft onovertroffen voor met name het wat ‘langzamere’ nieuws, de achtergronden, analyses en reportages. De Volkskrant classic, zoals wij hem intern inmiddels noemen, is handig voor die mensen die een maal per dag het overzicht van het belangrijkste nieuws willen, met alle duiding en uitleg die daarbij hoort. Alle informatie die erin staat, is ongetwijfeld ook op internet te vinden. Toch is de groepering, de rubricering handig. Als de papieren krant niet bestond, zou die uitgevonden moeten worden.

Internet is natuurlijk het snelle medium, maar niet alleen dat. Ook internet biedt mogelijkheden genoeg voor verdieping en verbreding, maar maakt daarbij gebruik van heel andere middelen dan de papieren krant. Je kunt er gecompliceerde verhalen soms wat beter, intuïtiever, uitleggen, omdat je die verhalen niet op een lineaire manier hoeft te vertellen. Gebruikers klikken op wat ze interessant vinden. Foto’s, graphics, animaties, bewegend beeld, tekst, plus de interactieve mogelijkheden, kunnen ertoe leiden dat de kern uiteindelijk beter beklijft.

Naar onze overtuiging biedt de combinatie van nieuwe en oude media een mooie mogelijkheid om uiteindelijk de ambitie te verwezenlijken die journalisten en boekenschrijvers gemeen hebben: een zo groot mogelijk publiek bereiken. Dat is in ieder geval de verklaarde doelstelling van de multimediale Volkskrant. Het bereik moet zo groot mogelijk, zodat onze journalistieke arbeid door zoveel mogelijk mensen wordt gezien. Dat dat ook commercieel verstandig is, behoeft dan verder geen betoog.

Reageren uitgeschakeld more...

  • Welkom bij Raker

    Raker is de internetonderneming van Geert-Jan Bogaerts. Ik ben journalist, blogger, columnist, docent aan de Universiteit van Groningen, webontwikkelaar. Ik geef advies, training en workshops over het gebruik van nieuwe media, ontwikkel zelf websites, en schrijf columns en blogs.

    Voor meer achtergrondinformatie kunt u de brochure bekijken. Daarin vindt u uitgebreide informatie over Raker, mijn visie en mijn werkwijze.

    Twitter Volg me op Twitter
    LinkedIn Bekijk mijn LinkedIn profiel

  • Zend Certified

    Zend Certified EngineerLos van mijn journalistieke en inhoudelijke achtergrond, heb ik als Zend Certified Engineer ook een technische insteek. Ik weet niet alleen wát er werkt op internet, ik weet ook hóe het werkt.

    Ik houd sinds kort ook een technisch weblog bij, over PHP, JQuery, het Zend Framework en alle andere zaken waar ik in mijn programmeerwerk tegenaan loop.

  • Getweept

  • © 2005-2012 Raker. Ingeschreven bij KvK 32167734. BTW-nr NL163952620B01
    iDream theme by Templates Next, aangepast door Raker. | WordPress